Biologie
Biologische principes
De overheid verwijst soms naar de uitroeiing van de muskusrat
in Engeland, die wel succesvol is geweest. Maar Engeland
is Nederland niet. De muskusrat is in 1928 in Engeland
verschenen en is zeer voortvarend bestreden van 1932 tot
1937. Dit heeft tot uitroeiing geleid. In Nederland is
de muskusrat in 1941 verschenen en is de overheid pas
in 1951 met bestrijden begonnen. Veel te laat dus, de
muskusrat heeft zich hier echt kunnen vestigen. Nederland
is ook nog eens veel waterrijker dan Engeland, en heeft
Nederland talloze kleidijken met zandkern, die uitermate
geschikt zijn om er holen in te graven.
De muskusratpopulatie kan zich bij hoge sterfte (hoge
vangstaantallen) makkelijk herstellen. De natuurlijke
jaarlijkse sterfte ligt nu op 55% van de volwassen dieren
en 84% van de jongen. Wil de bestrijding van de muskusrat
effect hebben, dan moet deze de natuurlijke sterfte zien
te overtreffen.
De populatie is nu stabiel, er worden minder jongen geworpen
dan voor de muskusrat gebruikelijk is. Als er een hoog
aantal muskusratten sterft dan zal het aantal jongen per
worp toenemen.
Zelfregulatie
Er is veel concurrentie tussen de muskusratten onderling.
Voedselaanbod, geschikte oevers om burchten in te kunnen
graven en stress bepalen de ‘draagkracht’
van een gebied. Leven er teveel muskusratten in hetzelfde
gebied, dan zal de groei van de populatie tot stilstand
komen. Er worden dan minder jongen geboren en de jonge
dieren zijn niet snel in staat een eigen territorium te
veroveren om zich voort te planten. Ook zal de natuurlijke
sterfte stijgen. Er is geen reden om aan te nemen dat
het aantal muskusratten explosief toeneemt wanneer de
bestrijding wordt stopgezet.