Vangstmethoden
Verdrinkingsdood
Muskusratten worden meestal gevangen met behulp van klemmen
en vallen. Deze middelen zijn uitermate wreed. De klemmen
worden onder water geplaatst bij de ingang van een burcht
of op zogenaamde wissels, paadjes waarlangs de dieren
zich door hun territorium verplaatsen. Deze klemmen doden
de dieren vrijwel nooit direct omdat de slagkracht te
klein is. De gevangen muskusrat stikt of verdrinkt vervolgens
pas na enkele minuten (of nog langer).
Dood door uitputting en onderkoeling
Ook worden er fuiken en inloopvallen van gaas gebruikt
die onder water worden geplaatst. Wanneer een muskusrat
hier inloopt of -zwemt verdrinkt hij na ongeveer 7 minuten.
Als deze val niet volledig onder water staat, bijvoorbeeld
als de waterstand is gedaald, verdrinkt het dier niet,
maar komt het door uitputting en onderkoeling om wanneer
de vallen niet regelmatig worden gecontroleerd.
Achter de coulissen
Er wordt naar gestreefd om de vangmiddelen voor muskusratten
altijd geheel onder water te plaatsen. De reden hiervan
is enerzijds dat de dieren dan verdrinken en niet levend
worden aangetroffen. Anderzijds ziet het publiek de apparaten
dan niet ziet en is er minder kans dat ze worden gestolen
of vernield.
Bijvangsten
Onschuldige slachtoffers van de muskusrattenbestrijding
Niet alleen de muskusratten maar ook veel andere diersoorten
belanden in de klemmen en vallen. Andere soorten die als
bijvangst bekend staan zijn waterhoen, meerkoet, wilde
eend, kuifeend, fuut, dodaars, aalscholver, bunzing, hermelijn,
woelrat, bruine rat, nerts, kikkers, padden, rivierkreeft
en allerlei soorten vissen waaronder snoek en karper.
De Muskusrattenbestrijding geeft toe dat het om grote
aantallen gaat. Zo werden bijvoorbeeld in Zeeland in 2002
bijna 2900 dieren als bijvangst geregistreerd, terwijl
in Zeeland in datzelfde jaar in totaal ruim 28.000 muskusratten
werden gevangen. En in Noord-Holland was het percentage
bijvangsten nog veel hoger, te weten 985 bijvangsten tegen
ruim 3000 muskusratten! Deze cijfers uit het zijn overigens
gebaseerd op vrijwillige opgaven van de vangers zelf.
Op landelijk niveau blijkt het jaarlijks over vele duizenden
maar mogelijk zelfs tienduizenden dieren te gaan die onbedoeld
de dood vinden in de diverse vangmiddelen.
Reden voor alternatieven
Alleen al het feit dat er regelmatig ‘verkeerde’
diersoorten worden gedood, zou een reden moeten zijn om
deze vorm van bestrijding af te schaffen en eerst onderzoek
te doen naar mogelijkheden om op alternatieve en meer
diervriendelijke wijze de eventuele problemen op te lossen.